Een kijkje in de spreekkamer van Irma van der Zon, interim kandidaat-notaris
Het komt regelmatig voor: volgens de langstlevende echtgenote is er geen testament, maar uit inzage bij het Centraal Testamentenregister blijkt wat anders.
Zo kwam laatst een dame die recent weduwe was geworden langs voor een bespreking en tot haar grote schrik bleek er nog een testament van dertig jaar geleden te zijn waarin haar overleden echtgenoot zijn ex-samenwoonpartner tot erfgenaam had benoemd. Die relatie was echter al vijfentwintig jaar voorbij en het testament van destijds bleek nooit aangepast te zijn.
Er stond geen clausule in het testament dat de erfstelling vervalt bij verbreking van de samenwoning, zoals dat tegenwoordig gebruikelijk is.
De weduwe, laten we haar Cynthia noemen, geeft aan dat zij van mening is dat de ex-partner geen recht heeft op de erfenis en vindt dat zij zelf de erfgename zou moeten zijn. De ex-partner, laten we haar Anita noemen, blijkt nog in leven te zijn en gelukkig kon ik in contact komen met haar. Zij is ook van mening dat haar ex, laten we hem Bert noemen, niet meer gewild zou hebben dat zij als ex zijn erfgename zou zijn.
Bert had overigens geen afstammelingen.
Hoe nu verder?
Artikel 4:52 BW
In artikel 4:52 Burgerlijk Wetboek staat dat een beschikking gemaakt ten gunste van een echtgenoot (of verloofde) vervalt na latere echtscheiding. Dit artikel is mede van toepassing op geregistreerd partners (via artikel 4:8 Burgerlijk Wetboek), maar niet op samenwoonpartners.
In deze zaak biedt artikel 4:52 Burgerlijk Wetboek derhalve geen oplossing.
Uitleg testament
Nu Anita akkoord gaat om niet te erven kan de oplossing worden gevonden door middel van uitleg van het testament van Bert. Uitleg van het testament mag/kan plaatsvinden omdat er zich na het (dertig jaar geleden) maken van het testament omstandigheden hebben voorgedaan (een huwelijk met Cynthia) waardoor de feitelijke verhoudingen niet langer aansluiten bij hetgeen Bert destijds kennelijk wenste te regelen (artikel 4:46 Burgerlijk Wetboek). De uiterste wil kan dan zo worden uitgelegd dat de benoeming tot erfgenaam van Anita alleen gold voor de situatie dat Bert nog samenwoonde met Anita en/of nog niet gehuwd was met een ander, zoals in dit geval met Cynthia.
Let wel: als er discussie zou zijn over deze uitleg is een rechtszaak nodig om een rechter een oordeel te laten vellen wie erfgenaam zal zijn. De notaris kan dit niet zelf afhandelen. Wij mogen immers niet op de stoel van de rechter gaan zitten. In de nalatenschap van Bert stemt Anita in met de uitleg dat zij geen erfgenaam zal zijn vanwege de gewijzigde omstandigheden. Anita en Cynthia hebben dus geen discussie en een rechtszaak hoeft niet te worden gevoerd.
Vaststellingsovereenkomst
Anita en Cynthia kunnen een vaststellingsovereenkomst sluiten over de uitleg van het testament van Bert. In een vaststellingovereenkomst sluit men een overeenkomst “ter beëindiging of voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen rechtens tussen hen geldt” (artikel 7:900 Burgerlijk Wetboek). De gearceerde zinsnede dient ook in de vaststellingsovereenkomst te worden opgenomen. De vaststellingsovereenkomst sluit tegenbewijs uit en is zelfs geldig als deze in strijd zou zijn met dwingend recht.
Een vaststellingsovereenkomst wordt fiscaal ook gevolgd. Dit vloeit voort uit het zogenaamde Gezwollen banksaldo-arrest (ECLI:NL:HR:1990:ZC4385): “In de regel is de inspecteur gebonden aan de uitlegging die bij de uitvoering van een uiterste wilsbeschikking betrokken partijen aan een testament geven indien dit testament uitlegging behoeft. Zulks is anders indien van een schijnhandeling sprake is”.
Is verwerping door Anita ook een optie?
Ingeval je terugvalt op het wettelijke erfrecht bij verwerping door Anita (als er geen plaatsvervulling van toepassing is en geen reserve-erfgenamen zijn aangewezen) wordt Cynthia de erfgenaam van Bert.
Als Anita als ex-partner zou erven zou voor haar een lage vrijstelling en een hoog tarief (30-40%) erfbelasting van toepassing zijn. Artikel 30 van de Successiewet bepaalt dat het bedrag aan erfbelasting geen vermindering ondergaat bij verwerping.
Cynthia zou als echtgenote een hoge vrijstelling hebben en een laag tarief voor de erfbelasting.
In het besluit van 25 maart 2013, BLKB 2013/88M is (onder 6.) op grond van de hardheidsclausule (artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) voor dergelijke situaties een goedkeuring verleend:
“Goedkeuring
Ik keur onder een voorwaarde goed dat een tegemoetkoming wordt verleend als een verkrijging uit een nalatenschap wordt verworpen voor, dan wel geheel of gedeeltelijk wordt geschonken aan:
a. een kind van de erflater dat is geboren nadat het testament is opgemaakt; of
b. de echtgenoot met wie de erflater is getrouwd nadat het testament is opgemaakt.
Voorwaarde
De goedkeuring geldt onder de voorwaarde dat belanghebbenden aannemelijk maken dat de erflater niet heeft bedoeld zijn ongeboren kind of echtgenoot van de nalatenschap uit te sluiten. Gevolgen van de goedkeuring
Bij verwerping door een testamentaire verkrijger blijft artikel 30 van de Successiewet buiten toepassing. Bij schenking wordt de schenk- of erfbelasting kwijtgescholden tot het bedrag dat zou zijn geheven als het kind of de echtgenoot het geschonken bedrag als erfgenaam zou hebben verkregen.”
Nadeel van deze route is dat je een verzoek moet indienen bij de belastingdienst voor toepassing van de hardheidsclausule en een discussie met de belastingdienst kunt krijgen (“onder de voorwaarde dat belanghebbenden aannemelijk maken”).
Dit nadeel is er met het sluiten van de vaststellingsovereenkomst niet. Cynthia kan dan direct gebruik maken van de hoge vrijstelling (en laag tarief) voor de erfbelasting zonder dat hiervoor een goedkeuring hoeft te worden gevraagd aan de belastingdienst.
Tot slot: let op bij uitleg en de verklaring van erfrecht
In een situatie waarin een testament (mogelijk) moet worden uitgelegd zul je als notaris terughoudend moeten zijn bij het afgeven van een verklaring van erfrecht.
Met betrekking tot het overlijden van Bert kan een verklaring van erfrecht worden afgegeven nadat Cynthia en Anita de vaststellingsovereenkomst hebben getekend.
Stel dat Cynthia en Anita allebei menen dat ze erfgenaam zijn, dan zullen zij eerst in een rechtszaak moeten laten vaststellen hoe het testament dient te worden uitgelegd en wie erfgenaam zou zijn voordat een verklaring van erfrecht kan worden afgegeven.
Categorieën: Een kijkje in de spreekkamer